Onbelaste reiskostenvergoeding naar € 0,25

De gerichte vrijstelling voor reiskosten wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25. In navolging van deze verhoging worden ook het forfait voor aftrekbare reiskosten voor IB-ondernemers en resultaatgenieters en het forfait voor reiskosten bij specifieke zorgkosten bij ziekenbezoek, weekenduitgaven voor gehandicapten en het forfait voor de giftenaftrek voor de situatie waarin een vrijwilliger afziet van een reiskostenvergoeding verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer.

Afschaffen vrijstelling eigen producten WKR

Voorgesteld wordt om de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten af te schaffen. Deze vrijstelling gold sinds 2015. Werkgevers konden sindsdien een korting geven tot een bedrag van ten hoogste 20%, maar niet meer dan € 500 per werknemer per kalenderjaar op producten uit het eigen bedrijf. Denk hierbij aan personeelskorting op boodschappen, kleding, elektronica, gezinsabonnementen, vliegtickets, hypotheekadvies of verzekeringspremies. Werkgevers kunnen vanaf 2027 nog wel personeelskorting blijven geven, maar deze korting moeten zij dan ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling brengen. Het is niet langer nodig om bij te houden hoeveel korting er per werknemer is gegeven.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 14-09-2026

Niet-uitvoerende bestuurders
Bestuurders van een beursgenoteerde vennootschap zijn fictief in dienstbetrekking werkzaam bij de vennootschap. De fictieve dienstbetrekking voor commissarissen is vervallen, aanvankelijk op basis van een besluit, en met ingang van 1 januari 2017 op basis van de wet. Nu wordt voorgesteld ook de fictieve dienstbetrekking voor niet-uitvoerende bestuurders van een beursgenoteerde vennootschap af te schaffen. Daardoor ontstaat een gelijke behandeling van commissarissen en niet-uitvoerende bestuurders. Een uitvoerende bestuurder blijft onder de loonbelasting vallen, ongeacht of hij bestuurder is van een beursgenoteerde of een niet beursgenoteerde vennootschap. Wie uitvoerend of niet-uitvoerend bestuurder is, blijkt uit het Handelsregister.

Alleenstaande ouderenkorting in de loonheffing
De alleenstaande ouderenkorting kan bij de inhouding van loonheffing alleen worden toegepast indien de alleenstaande oudere op zijn AOW-uitkering de standaardloonheffingskorting toepast. Nu wordt voorgesteld dat de Sociale Verzekeringsbank de alleenstaande ouderenkorting mag toepassen op de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen bij alleenstaande ouderen die geen AOW-uitkering ontvangen. Deze maatregel verkleint het aantal alleenstaande ouderen dat aangifte inkomstenbelasting moet doen om de korting te gelde te maken.

Pseudo-eindheffing over excessieve vertrekvergoedingen
Of een vertrekvergoeding bij einde dienstbetrekking excessief is wordt vastgesteld aan de hand van een rekenregel. Bepaalde onvoorwaardelijke aandelenoptierechten, die enkele jaren voor het jaar waarin de dienstbetrekking is beëindigd zijn verstrekt aan de vertrekkende werknemer, tellen niet mee in deze rekenregel. De Hoge Raad heeft gezegd dat dit ook geldt voor aandelenoptierechten die nog niet onvoorwaardelijk waren. De pseudo-eindheffing over excessieve vertrekvergoedingen kan door dat arrest worden beperkt of voorkomen door constructies met voorwaardelijke aandelenoptierechten. Om dat te voorkomen wordt de regeling aangepast.

Beperking toepassing heffingskortingen buitenlandse belastingplichtigen
Heffingskortingen bestaan uit een premiedeel en een belastingdeel. Sinds 2015 zijn buitenlandse belastingplichtigen te onderscheiden in kwalificerende en niet kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen hebben in de inkomstenbelasting recht op dezelfde fiscale voordelen als binnenlandse belastingplichtigen, waaronder het belastingdeel van alle heffingskortingen. Niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen uit landen binnen de EU of de EER hebben in de inkomstenbelasting enkel recht op het belastingdeel van aan arbeid gekoppelde heffingskortingen. Niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen uit derde landen hebben in de inkomstenbelasting voor geen van de heffingskortingen recht op het belastingdeel.

Het kabinet stelt voor om vanaf 2019 in de loonbelasting voor alle buitenlandse belastingplichtigen alleen nog maar het belastingdeel van de heffingskortingen toe te laten passen waarop niet kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen uit het betreffende land in de inkomstenbelasting recht hebben. Op grond van de voorgestelde maatregel wordt bij buitenlandse belastingplichtigen uit een land binnen de EU of de EER vanaf 2019 in de loonbelasting alleen van de arbeidskorting het belastingdeel toegepast. Bij buitenlandse belastingplichtigen uit derde landen wordt van geen enkele heffingskorting het belastingdeel toegepast. Bij de voorgestelde wijziging wordt geen onderscheid gemaakt tussen kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen en niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen.